3 boeiende brainstormtechnieken om deelnemers scherp te houden

Je staat als facilitator met een groep voor het whiteboard. Bovenaan het board staat een pakkende vraag, meestal is dit een ‘hoe’ of ‘wat’-vraag. Het is de bedoeling dat het team in een kort tijdsbestek oplossingen aandraagt voor dit vraagstuk. En dat jij dit proces begeleidt.

Je wilt liever niet de opdracht ‘iedereen schrijft zijn ideeën op een post-it en vervolgens plakken we dit op de muur’ inzetten. Dat gebeurt namelijk al zo vaak, toch? Het voelt bijna niet meer als een ‘creatieve denktechniek’.

Maar wat dan wel? Wat zijn speelse brainstormtechnieken waarbij jij als facilitator de deelnemers wel scherp houdt? Speciaal voor jou heb ik 3 boeiende brainstorm-technieken beschreven.

Brainwriting is een methode waarbij deelnemers individueel en in stilte aan de slag gaan. Iedereen krijgt een 1 A4-tje waarop de vraagstelling staat, met daaronder 3 kolommen en 10 rijen. Iedereen schrijft zijn ideeën in vakken van de 1e lege rij. Daarna schuiven de deelnemers het A4-tje naar de deelnemer aan de linkerkant.

De volgende deelnemer bedenkt 3 ideeën, geïnspireerd op de ideeën in de 1e rij, en beschrijft deze in de 2e rij. Daarna schuift het A4-tje weer door, tot alle 10 rijen gevuld zijn.

Het A4-tje schuift nog 1 keer door en de laatste deelnemer leest alle ideeën die op het A4 staan. Hij selecteert de 2 à 3 beste ideeën en presenteert deze aan de groep.

Bij Stop and Go brainstormen wordt het snel en grenzeloos gezamenlijk ideeën verzinnen afgewisseld met rustig en individueel nadenken. De ene keer stimuleren en inspireren deelnemers elkaar tijdens een associatie of groepsgesprek, de andere keer denken ze door op specifieke ideeën.

De groep start met 3 minuten gezamenlijk brainstormen, gevolgd door 5 minuten individueel nadenken. Dan weer 3 minuten ideeën spuien, waarna weer een individueel denkproces volgt. Na 2 of 3 rondes haalt de facilitator de ideeën op en schrijft deze op een flip-over.

Oplossen vanuit verschillende invalshoeken betekent dat deelnemers het vraagstuk vanuit een specifieke invalshoek (namelijk de invalshoek van één van de betrokkenen) oplossen.

Als voorbeeld: het vraagstuk is ‘hoe kunnen we de hondenpoep op straat verminderen?’ Dit vraagstuk kent 4 ‘betrokkenen’: 1) de hond, 2) de straat, 3) de stoep en 4) de eigenaar.

De invalshoeken zijn nu: Hoe kan de hond bijdragen aan het verminderen van de hondenpoep? Hoe kan de straat hieraan bijdragen? En wat kan de eigenaar en de stoep hierin doen?

Inleven in en denken vanuit een compleet ander (en verrassend) perspectief
levert vaak verrassende oplossingen!

Laat je me weten wat de resultaten zijn als je deze technieken inzet? Ik ben benieuwd!

Speciaal voor projectprofessionals bundelde ik mijn 10 beste tips die jou tot een succesvolle facilitator maken’ in een e-book. Vraag deze vandaag nog aan!

Leave a Reply 0 comments

Leave a Reply: