Vaak voel je als facilitator wel aan wanneer een meeting lekker of juist heel traag verloopt. Dit zie je ook terug in het gedrag van de deelnemers, ze reageren geïnspireerd en enthousiast of heel langzaam .

Als facilitator wil je dit trage gedrag het liefst omvormen in een actieve houding. Zodat er energie ontstaat, deelnemers iets leren of samen een resultaat bereiken.

Wat helpt om mensen in een actieve stand te krijgen, is de groep werkvormen aan te reiken, waarmee de interactie tussen de deelnemers op gang komt.

Immers, interactie brengt een groep verder. Helemaal als ze naar elkaar gaan luisteren, op elkaars expertise voortborduren en zo tot nieuwe oplossingen komen. Als facilitator wil je dat een groep van elkaar leert, iets wat ze de volgende dag al in de praktijk kunnen toepassen. Of dat het team alle individuele ideeën verwerkt tot een nog beter idee. Met als doel dat het team als geheel uiteindelijk slimmer is dan de teamleden afzonderlijk.

Om je op weg te helpen, beschrijf ik 5 werkvormen om de interactie in een groep te stimuleren:

  1. Verander de zaalopstelling

Een andere zaalopstelling geeft een ander energieniveau. Laat de deelnemers in de ochtend in subgroepen aan tafels werken, iedere groep werkt aan één onderwerp. ’s Middags hanteer je een andere aanpak: je laat de groepen een rondgang langs verschillende tafels maken, waarbij de groepen op elkaars resultaten voortborduren.

Zo heb je twee verschillende opstellingen, die beide een andere vorm van interactie en energie opleveren.

  1. Gebruik online tools

Met een grote groep kan niet iedereen zijn mening geven. Vaak is daar geen tijd voor. Toch kan het fijn zijn om te weten wat er bij alle deelnemers leeft, of welke mening een ieder heeft.

In zo’n situatie kan je online tools inzetten. De facilitator stelt een vraag, en deelnemers dienen hun reactie online in. De resultaten verschijnen op een scherm, en zijn voor iedereen zichtbaar. Kijk eens op www.mentimeter.com, hier vind je een heleboel toepassingsmogelijkheden.

  1. Laat deelnemers een pro en contra over een stelling formuleren

Discussie levert vaak een verdieping van een specifiek onderwerp op. Ga maar na: als je een aantal argumenten voor en tegen een stelling moet formuleren, word je gestimuleerd om goed na te denken.

Om te voorkomen dat deelnemers zich overweldigend voelen (‘ik moet nu een mening formuleren’), laat je deelnemers eerst individueel nadenken. Vervolgens delen zij hun argumenten in subgroepen, waarna een plenaire terugkoppeling plaatsvindt.

  1. Vraag het de expert

Een vierde methode om meer interactie te krijgen, is om een expert of externe spreker uit te nodigen. Met name als het een externe expert is, kan deze persoon een geheel nieuw licht op de zaak werpen. Immers, hij is niet belast met discussies die eerder gevoerd zijn en denkt vanuit een geheel ander referentiekader.

  1. Maak variaties in het werken in subgroepen

Voor het werken in subgroepen zijn heel veel variaties mogelijk, bijvoorbeeld: speeddating (deelnemers wisselen iedere 2 a 3 minuten van partner), twee spreekrondes (bij de eerste ronde spreekt één deelnemer, de ander luistert. Bij de tweede ronde wisselen de deelnemers van rol), 2-4-2 (in de 1e ronde gaat men in twee tweetallen aan de slag, in de 2e ronde gaat men met z’n vieren aan de slag, in de 3e ronde weer in tweetallen etc.).

Zo zijn er nog veel meer variaties mogelijk waarmee je interactie tussen deelnemers kunt stimuleren. Leuk als je jouw variant hieronder post, zo kunnen we van elkaar leren!

Wil jij maandelijks inspirerende tips ontvangen?

Leave a Reply 0 comments