Afgelopen weken was ik verschillende keren als observator bij een aantal workshops aanwezig. Het is altijd leuk om te zien hoe een andere facilitator een meeting begeleidt. Dit geeft mij ‘food for thought’: zou ik dit ook zo hebben gedaan? Of willen doen? En als het antwoord ‘nee’ is, wat zou ik dan anders doen, met welk effect?

Na de observatie was mijn conclusie: ja, ik zou een aantal zaken anders hebben gedaan. Met als resultaat dat de groep op een andere manier aan het werk gegaan was. Een manier die typerend is voor mijn werkwijze en aanpak: inspirerend, met inzicht door overzicht.

Welke 7 punten zijn mij opgevallen? Ik deel ze graag met je:

1) Creëer ruimte in je zaal, zet de tafels tegen de wanden van de zaal en stimuleer dat iedereen veel rondloopt. Op het moment dat je een grote vergadertafel in het midden laat staan, heeft dit direct impact op de deelnemers. Ze voelen zich minder ‘vrij’ en vertonen sneller passief gedrag. Wanneer deelnemers gewend zijn om in een vergadercultuur te werken, houd je dat met deze opstelling in stand. En blijven ze passief gedrag vertonen.

2) Leg overal in de zaal markers neer. Zorg voor goede markers, gebruik niet de markers die op de locatie aanwezig zijn. Neem je eigen set markers mee, waarvan je weet dat ze lekker schrijven, goede inkt hebben en niet op papier doordrukken. Zorg ook voor voldoende, heldere kleuren, zodat deelnemers hun output met accenten kunnen verduidelijken.

3) Laat deelnemers niet met ballpoints op de sticky notes schrijven. Deelnemers hebben dan de neiging om klein (en niet leesbaar) te schrijven, waardoor de input slecht terug te halen is. Laat de deelnemers altijd met de markers schrijven. Zo worden ze ‘gedwongen’ om hun input met grote letters op te schrijven.

4) Geef deelnemers grote flip-overs mee als ze in subgroepen uit elkaar gaan. Vraag deelnemers om hun resultaten met een aantal kernwoorden op te schrijven, zodat ze dit kort en krachtig kunnen delen met de anderen.

5) Hang de input van de subgroepen aan de muur en vraag de deelnemers om rondom de input van iedere subgroep te gaan staan. Zo creëer je ook gelijk beweging, en heeft iedereen volop aandacht voor de terugkoppeling.

6) Hang de flip-overs die het belangrijkste zijn op een plek die iedereen kan zien. Verplaats desnoods gedurende de dag een aantal flip-overs, als niet alle flip-overs voor iedereen in de zaal even goed te zien zijn.

De flip-over waar je als facilitator naar wijst, en die tijdens een specifiek agendapunt centraal staat, moet echt voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn.

7) Teken of schrijf je agenda ‘s ochtends op een flip-over, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Ik zie nog wel eens dat pas na de lunch wordt meegedeeld wat er die middag nog op het programma staat. Met een reactie van een deelnemer als gevolg: ‘oef, gaan we dat allemaal nog doen?’. Deelnemers vinden het fijn om te weten waar ze aan toe zijn, zodat ze zich hierop in kunnen stellen.

Herken je deze punten?
Heb jij wel eens iets gezien bij iemand anders?
Iets wat jij heel anders zou doen?
Leuk als je dat wilt delen in het commentaarveld onderaan de pagina!

Wil jij maandelijks inspirerende tips ontvangen?

Leave a Reply 0 comments

Leave a Reply: