(Niet) stemmen met stickers. Om het maar gelijk duidelijk te zeggen: ik ben ‘anti dot-voting’: ik zal niet snel kiezen voor deze werkvorm om prioriteiten te stellen of een keuze te maken.

Deze binnenkomer zette ik laatst in een post op LinkedIn. En wat ik zo tof vond, er ontstond een leuke discussie over dot-voting. Met ontzettend veel waardevolle aanvullingen en inzichten van andere facilitators en agile coaches. Het uitwisselen van ervaringen en leren van anderen, ik word daar blij van.

Dot-voting dus. Waarschijnlijk ken je het principe: deelnemers hebben veel ideeën op flip-overs geschreven. Om te bepalen welke ideeën het beste zijn, geeft de facilitator iedere deelnemer 2 of 3 stickers om bij een specifiek idee te plakken. Je begrijpt, de ideeën die de deelnemer het beste vindt.

Maar… Vaak zie je al snel dat 1 of 2 ideeën veel stickers krijgen. Bij mij rijst dan gelijk de vraag: is dat omdat iedereen écht dat ene idee het beste vindt? Of is dat omdat deelnemers meedoen met de rest en zich laten beïnvloeden?

En, hoe goed heeft iedereen over zijn argumentatie nagedacht? Je merkt: ik heb direct mijn vraagtekens bij zo’n proces.

Dus vroeg ik mijn netwerk wat zij van dot-voting vinden. Kort en krachtig gezegd: bij dot-voting steekt groepsdruk inderdaad al snel de kop op. De dots hebben aantrekkingskracht, mensen kiezen al snel voor de winnaar. Want we stemmen niet graag op een (inmiddels) kansloos idee. Wat er dan gebeurt, raad je al: deelnemers stemmen strategisch in plaats van dat ze hun eigen hart volgen.

Op zo’n moment ontbreekt het draagvlak of de commitment voor het idee of een beslissing.

Hoe voorkom je dit? Hoe kun je het anders aanpakken en zijn er betere alternatieven? Ik neem je mee in dit blog. Met dank aan Ingrid Riniri, Stefanie Couwenberg, Ineke Hut-Bos, Sascha Stevense, Nienke Klumper, Eveline Mos, Wendy Ritterbusch, Roel Canisius, Derkiene van der Ziel en Youetta Visser voor hun aanvullingen.

#1 Een helder doel maakt keuzes makkelijk

Het klinkt misschien als een open deur, want eigenlijk geldt dit voor alles. En toch mist het vaak: een helder doel. Komt er een waslijst aan ideeën, en worden we enthousiast voor dat ene idee. Het idee dat net niet past bij de doelstelling.

Dus, om de woorden van Roel Canisius te gebruiken: wordt het eerst eens over wat je samen najaagt én hoe je bepaalt wat daar op dit moment de grootste bijdrage aan levert. Dan is het ordenen op wat je dan als eerste moet doen, niet zo complex meer.

#2 Een belangrijke beslissing vraagt om draagvlak en commitment

Dat betekent dat iedereen achter het idee of de oplossing moet staan. Dat lukt alleen als je de ideeën met elkaar onderzoekt en in dialoog gaat. En als er een ding niet gebeurt bij dot-voting, is het met elkaar in gesprek gaan.

De C-box, ook wel COCD-box werd een aantal keer genoemd. Ik heb het zelf niet eerder gebruikt, maar vindt het zeker interessant. Ingrid Riniri legde het als volgt uit:

Met de C-box krijg je 3 kleuren stickers. Blauw voor NOW, dat zijn gewoon goede ideeën die makkelijk te realiseren zijn. Rode stickers zijn voor WOW, originele ideeën die ook nog eens makkelijk te realiseren zullen zijn. Geel staat voor HOW? Dat zijn gekke, inspirerende ideeën waarvan je niet weet hoe ze te realiseren zijn (te gek dus eigenlijk in dubbele betekenis). Dit zijn ideeën die je niet wilt vergeten. Ze kunnen de oplossing verrijken, leuker maken of wellicht zijn ze op termijn wel te realiseren. In de oplossing kun je vaak een combi van blauw, rood en geel gebruiken.

Stefanie Couwenberg laat mensen in deze fase ook nog weleens hun ‘love babies’ kiezen. Je daagt mensen uit om goed na te denken waar zij nou warm voor lopen. Vaak zijn dit de ‘te gek voor woorden’ ideeën, maar door ze te combineren met een idee uit een andere categorie, krijg je pas echt te gekke ideeën!

Ik vind het een interessante aanpak. En ik denk ook gelijk aan de volgende, o zo belangrijke stap. Hoe ziet de follow-up eruit? Hoe gaat de groep na de meeting aan de slag om de gekozen oplossing(en) uit te werken? Daarover vertel ik meer in een volgend blog!

#3 Dot-voting, een paar varianten

Wat je met dot-voting wilt voorkomen, is dat mensen zwichten voor groepsdruk. Omdat ze niet willen stemmen op een idee dat geen kans heeft. Maar soms wil je geen ellenlange discussies en simpelweg een beslissing nemen. Snel stemmen dus.

Om die groepsdruk te voorkomen, zou je het stemmen anders aan kunnen pakken. Bijvoorbeeld door de ideeën te nummeren, de deelnemers hun nummer op een sticker laten schrijven en dan pas te plakken bij het idee. Het plakken hoeft niet per se op een flipovervel, waarbij mensen naar voren moeten lopen. Je kunt ook een A4’tje rond laten gaan waar mensen hun stem met een stip of sticker aangeven.

Een ander idee is om de deelnemers een x aantal punten te laten verdelen over de ideeën. Dan heb je het idee met het meeste draagvlak te pakken.

Nog een snelle variant op dot-voting: alle deelnemers krijgen een rode en een groene kaart. De facilitator roept een idee of beslissing en go (groene kaart) of no go (rode kaart). De deelnemers steken hun kaart in de lucht, de facilitator turft. Zijn de deelnemers het oneens over einduitslag? Dan kun je alsnog het gesprek aangaan en de uitkomst eventueel aanpassen.

Ook werd geopperd om dot-voting te gebruiken voor minder belangrijke zaken. Zoals de evaluatie van de facilitator na een workshop. Nou vind ik dat zelf wel belangrijk, maar ik begrijp het punt!

Zwart-wit is het niet

Wat je ook kiest, alles heeft voor- en nadelen. Het is niet zo zwart-wit zoals ik in mijn post stelde. Stefanie Couwenberg merkte terecht op:

een goede facilitator kijkt wat werkt voor de groep en durft zijn of haar werkwijze aan te passen ten behoeve van eindresultaat.

Als je me al langer volgt, dan weet je: deze uitspraak omarm ik volledig! Jouw taak als facilitator is om te observeren wat werkt voor de groep. En dat betekent dat je het lef en vertrouwen in jezelf hebt om een ingeslagen weg te verlaten als blijkt dat de groep iets anders nodig heeft.

Kortom, het stemmen met stickers kan op een heleboel manieren. Ik hoop dat ik jullie met dit verzamelblog een mooi overzicht heb gegeven. Dank aan iedereen die hieraan een bijdrage heeft geleverd!

Wil jij je Faciliteer Skills een boost geven? Dat kan, tijdens het PowerHouse programma gaan we 3 dagen in op onderwerpen als: Faciliteer modellen en hoe je ze kunt toepassen. Tool en technieken: hoe organiseer je verandering en creëer je onvergetelijke momenten? Ook staan we stil bij echt kunnen luisteren en de rol van empathie bij het faciliteren. Alsook bij het stimuleren van samenwerking tussen deelnemers.

We gaan ook in op JIJ als facilitator: bouwen aan vertrouwen bij de deelnemers en hoe sta jij voor de groep. Wat vertelt jouw lijf je, wat doe je met deze signalen? Als laatste, komen je voorbereiding én het follow-upproces aan bod.

Het PowerHouse Programma is een mix van doen, ervaren, ondergaan, van elkaar leren, inspiratie opdoen uit andere disciplines en veel plezier hebben. Kijk voor meer info bij trainingen.